De van Hoorns kregen een flat toegewezen (Als ik het goed begrijp.) en wilden best ruilen met mijn ouders en ons (huur-)huis, in de Bockenbergstraat. Dus dat kwam mooi uit. Het was toen nieuw en aan de rand van Gouda. We woonden drie-hoog en het uitzicht was een sloot, dan een dijk, met koeien en dan een kanaal.
Ik geloof dat het niet zo gek lang was nadat wij de van Hoorns hadden leren kennen, dat beslisd werd dat we (met hun samen) zouden emigreren. Dus woonden we niet zo erg lang daar. Toch herinner ik me hoe ik, gedurende minstens één, misschien twee winters, over bevroeren sloten van school naar huis kon lopen.
Als ik aan de Burgemeester Gaarlandsingel denk, denk ik aan:
* de douche. We hadden dus voor het eerst een badkamer, tussen twee slaapkamers. Onder de douche was een soort ronde ‘bak’. Dus niet een volle badkuip. Het had een eigen naam.
* de kerstboom. Ik kan me dat niet herinneren, in de Bockenbergstraat. Misschien had dat te maken met hoe mijn vader tegen geloof was, omdat zijn moeder zo jong gestorven was. Ik weet zeker dat het mijn moeder heel veel plezier deed dat we zo gezellig een kerstboom hadden staan, met echte kaarsjes. (Iets dat ik hier in Australië steeds uit probeerde te leggen. Maar iets dat men hier nooit helemaal kon voorstellen.)
* weer die wandelingen naar het patat-kraampje, aardig wat straten bij ons vandaan.
* de tante, die bij ons inwoonde, enige tijd. Ze was verloofd met een lange, blonde man (Later hem getrouwd.) die heel makkelijk de trappen op kon komen lopen.
* als mijn vriendje (Ook Piet, net zoals die aangetrouwde oom) wel eens op visite kwam, dan werd hij vanaf onze deur nogal eens toegeroepen: Piet. Piet. Zanik niet. Boven komen mag je niet…..enz..
* de Indische buren. Er waren 6 flats, aan onze trap en in drie woonden buren uit Indonesië en mijn vader, (altijd last gehad met ademen,) had een hekel aan de lucht van het eten koken die in het trappenhuis hing. Hij hield helemaal niet van dat exotishe eten. een ‘prakkie’ aardappelen, wat groente, en vlees dat lang ‘gesudderd’ had, was HET ideaal. Mijn moeder was zo blij en vereerd, ls zij wel eens iuitgenodigd werd om bij de buren te eten. Het ROOK zo lekker!
* eten bij mijn vriendinnetjes, in hun woonboot, die aan het andere einde van de Gaarlandsingel lag.
Ik liep dagelijks met Imme (in mijn klas) en haar zusje, Karen, naar de Jan Ligthartschool. Met Karen liep ik dan arm, in arm. Ja. Ja!
Ik mocht een keer (of meer?) komen eten. Maar deze mensen aten met een vork EN een MES. Was dat even leren!! Het zal me wel uitgelegd zijn hoe dat moest. Hoogstwaarschijnlijk met vork en mes anders dan natuurlijk-voor-mij. Want ik draai ze nog steeds automatisch om, als ik ergens ga zitten om te eten. (LINKSHANDIG en slordig)
In juni 2005, was ik (met mijn dochter) bij mijn tante op visite. Zij heeft een prachtig uitzicht over de Burgemeester Gaarlandsingel en, uit een ander raam, over de stad (inclusief Bockenbergstraat enz.)
Zij want in een flat, aardig hoog, en als ik recht naar beneden keek, was er het straatje, om de hoek van de B. Gaarlandsingel, waar de woonark vroeger lag en waar Imme de eerste van een aantal vrouwelijke personen, in mijn leven, die een liedje gezongen hebben, om me te laten weten dat de vriendschap over was.
Ik liep daar, op een dag voorbij, en ze zongen zoiets als: Imme, heb je je Jopie lief? (Nee hoor.. Hij is geen hartedief……of zoiets.)