geselecteerd als gefixeerd bericht

..”alleen met schrijven heeft hij last,omdat”…..
“Jopie is een intelligente leerling, die veel moeilijkheden zelf oplost. Hij heeft veel fantasie en belangstelling voor zijn werk. Hierdoor is het prettig hem in de klas te hebben.
Zijn leren is zeer goed – alleen met schrijven heeft hij last, omdat hij linkshandig maar ook omdat hij slordig is.”
– Mijn eerste rapport, Jan Ligthartschool, 1951/2.

Geinspireerd door het boek van een neef
en de web-log van een zekere Richard,
begin ik ook hier, mijn verhaal.
Ik heb het ook hier verteld,
maar dat was op een andere manier.

15 November 2006
By on 04:14
7. Burgemeester Gaarlandsingel 35

De van Hoorns kregen een flat toegewezen (Als ik het goed begrijp.) en wilden best ruilen met mijn ouders en ons (huur-)huis, in de Bockenbergstraat. Dus dat kwam mooi uit. Het was toen nieuw en aan de rand van Gouda. We woonden drie-hoog en het uitzicht was een sloot, dan een dijk, met koeien en dan een kanaal.

Ik geloof dat het niet zo gek lang was nadat wij de van Hoorns hadden leren kennen, dat beslisd werd dat we (met hun samen) zouden emigreren. Dus woonden we niet zo erg lang daar. Toch herinner ik me hoe ik, gedurende minstens één, misschien twee winters, over bevroeren sloten van school naar huis kon lopen.

Als ik aan de Burgemeester Gaarlandsingel denk, denk ik aan:

* de douche. We hadden dus voor het eerst een badkamer, tussen twee slaapkamers. Onder de douche was een soort ronde ‘bak’. Dus niet een volle badkuip. Het had een eigen naam.

* de kerstboom. Ik kan me dat niet herinneren, in de Bockenbergstraat. Misschien had dat te maken met hoe mijn vader tegen geloof was, omdat zijn moeder zo jong gestorven was. Ik weet zeker dat het mijn moeder heel veel plezier deed dat we zo gezellig een kerstboom hadden staan, met echte kaarsjes. (Iets dat ik hier in Australië steeds uit probeerde te leggen. Maar iets dat men hier nooit helemaal kon voorstellen.)

* weer die wandelingen naar het patat-kraampje, aardig wat straten bij ons vandaan.

* de tante, die bij ons inwoonde, enige tijd. Ze was verloofd met een lange, blonde man (Later hem getrouwd.) die heel makkelijk de trappen op kon komen lopen.

* als mijn vriendje (Ook Piet, net zoals die aangetrouwde oom) wel eens op visite kwam, dan werd hij vanaf onze deur nogal eens toegeroepen: Piet. Piet. Zanik niet. Boven komen mag je niet…..enz..

* de Indische buren. Er waren 6 flats, aan onze trap en in drie woonden buren uit Indonesië en mijn vader, (altijd last gehad met ademen,) had een hekel aan de lucht van het eten koken die in het trappenhuis hing. Hij hield helemaal niet van dat exotishe eten. een ‘prakkie’ aardappelen, wat groente, en vlees dat lang ‘gesudderd’ had, was HET ideaal. Mijn moeder was zo blij en vereerd, ls zij wel eens iuitgenodigd werd om bij de buren te eten. Het ROOK zo lekker!

* eten bij mijn vriendinnetjes, in hun woonboot, die aan het andere einde van de Gaarlandsingel lag.
Ik liep dagelijks met Imme (in mijn klas) en haar zusje, Karen, naar de Jan Ligthartschool. Met Karen liep ik dan arm, in arm. Ja. Ja!
Ik mocht een keer (of meer?) komen eten. Maar deze mensen aten met een vork EN een MES. Was dat even leren!! Het zal me wel uitgelegd zijn hoe dat moest. Hoogstwaarschijnlijk met vork en mes anders dan natuurlijk-voor-mij. Want ik draai ze nog steeds automatisch om, als ik ergens ga zitten om te eten. (LINKSHANDIG en slordig)

In juni 2005, was ik (met mijn dochter) bij mijn tante op visite. Zij heeft een prachtig uitzicht over de Burgemeester Gaarlandsingel en, uit een ander raam, over de stad (inclusief Bockenbergstraat enz.)
Zij want in een flat, aardig hoog, en als ik recht naar beneden keek, was er het straatje, om de hoek van de B. Gaarlandsingel, waar de woonark vroeger lag en waar Imme de eerste van een aantal vrouwelijke personen, in mijn leven, die een liedje gezongen hebben, om me te laten weten dat de vriendschap over was.

Ik liep daar, op een dag voorbij, en ze zongen zoiets als: Imme, heb je je Jopie lief? (Nee hoor.. Hij is geen hartedief……of zoiets.)

21 April 2006
By on 20:57
6. In de Bockenbergstraat en mijn vader.

‘t Was nooit de bedoeling geweest dat ik enigst kind zou blijven. Maar ja. Die volgende twee haalden het niet. En het werd mij altijd gezegd dat, omdat ik het maar net-aan haalde bij de geboorte, mijn ouders extra voorzichtig met mij waren. Verwend?
Na die honger winter, waarin mijn vader moest gaan bedelen bij de boeren om melk, had hij iets met eten op maken. Het gebeurde nog al eens veel dat ik naar boven werd gestuurd omdat ik het eten niet lekker vond en dan mocht ik dus niets. Later kwam mijn moeder dan altijd wel iets boven brengen.
Een ander gevolg van de oorlog was dat mijn vader niet wilde dat ik zo’n speelgoed pistool mocht hebben, om coboys en indians mee te spelen.
Pas toen we in Australië waren en ik bijna 13 mocht ik er geloof ik één hebben. Ik herinner me één kado waar mijn vader zo heel erg trots mee thuis kwam. Het was een speelgoed autootje, waar een soort kabeltje aan vast zat zodat je iets kon draaien en zo die auto laten rijden.
Mijn zoon heeft hier, in Sydney een aantal ‘remote – control auto’s’ gehad. Zelfs, bracht mijn dochter er één voor hem mee uit Europa, voor zijn 21ste verjaardag. En later heeft hij er zelf ook nog één gemaakt.
Mijn vader had en heeft altijd mensen nodig. Ik herinner me mensen, rond de tafel, met muziek instrumenten en mijn vader met een mondorgel voor een soort ‘jam-sessions’.
De enige andere keer dat ik me herinner dat het nog voller was, was toen Juultje begraven was en men na afloop nog wat kwam eten. Ik mocht niet mee. Tante Mien had op mij gepast.
In de winters begon de traditie van mijn vader en ik een wandeling maken naar de patat-frites meneer, ergens verderop, op de hoek van een straat. Maar dat deden we vooral toen we eenmaal, op de Burgemeester Gaarlandsingel woonden.
Ik vond het ook leuk als mijn vader op het weekeinde in de fabriek moest zijn (Glas Onderneming Gouda) waar hij afdeling-chef was.
Dan mocht ik altijd een keer met hem spreken, via de telefoon die daar aan de muur hing.
Nadat hij zijn ontslag genomen had van de G.O.G.. (Dat had hij nooit moeten doen.) werd hij verzekerings agent, voor ‘De Centrale’. Hij geloofde werkelijk dat deze organisatie het goed bedoelde met de werkers en vanwegen de A.J.C., dacht hij dat hij zodoende zijn medemensen kon helpen en tergelijkertijd in de frisse lucht kon zijn, als hij de maandelijkse contributie op ging halen.
Maar regelmatig kwam een inspecteur zijn boeken nakijken en hem uitleggen dat hij niet genoeg geld uit die mensen trok. Dat hij ze uit moestleggen hoe veel beter het zou zijn als ze MEER betaalden. Terwijl mijn vader zijn klanten goed kende en best wist dat zij zich dit niet konden veroorloven.
Ik kreeg altijd wat geld in mijn handen gedrukt van die inspecteur. En mijn vader had de volgende dag verschrikkelijke migraines (Net zoals zijn moeder blijkbaar vroeger had gehad.).

7 April 2006
By on 07:22
Pater Maas

Ik heb geen geloof. Mijn vader is een ‘gewezen katholiek’ (Als ik die uitdrukking goed gebruikt heb. Hij wilde niet geloven dat een God hem zijn geliefde moeder af zou nmen terwijl hij nog zo jong was en haar zo hard nodig had. Hij was 9 toen zij stierf en hij was nogal ziekelijk. Er was blijkbaar iets fout gegaan door een inenting, op school waar hij iets van over gehouden had. Ook mocht zijn moeder niet in ‘geweide grond’ begraven worden.
Ik vind het ironisch dat hij nu geholpen wordt door een katholieke organisatie, die voor zijn thuiszorg zorgt. Alhoewel hij niet precies begrijpt hoe dat werkt.
Maar……zo komt het dat ik geen geloof heb. Mijn moeder had haar eigen ideëen en dat merkte ik vooral toen zij al heel erg last had van haar Alzheimers, nu al weer 5 of 6 jaar geleden. Zij schreef op stukjes papiers stukjes uit de Bijbel die zij als kind op de Zondagschool, van het Leger Des Heils geleerd had.
Dus…… ik wil maar zeggen (schrijven) dat ik de naam Pater Maas heb leren kennen, toen ik nog geen 10 was maar veel over hem hoorde, want Ome Jan (Postma) was ‘bij hem’, (ergens) “in Melbourne”.

Pater Leo Maas was geboren in 1911, op 24 decemeber, in Helmond. In september 1938 ging hij naar het eiland Flores, in het toenmalige Nederlands Indië. En werd gedurende de oorlog, door de Japaners in een concentratie kamp geplaatst. Na de oorlog werd hij naar Australië gebracht en Arch Bishop Mannix, om aan te sterken. (Heus. Ook niet-katholieken, hier, hebben veel over deze aartsbisschop gehoord.)

Na een jaar cursus voor het lageronderwijs akte, ging hij in 1948, uit Nederland, terug naar Flores, met de Volendam, een emigranten schip. Toen het schip Melbourne aandeed ging hij op bezoek bij Arch Bishop Mannix en deze haalde hem over om in Melbourne te blijven en de geestelijke verzorging van de Nederlandse katholieke emigranten in Victoria op zich te nemen.

Hij werkte 24 jaar onder de emigranten. Mijn Ome Jan heeft hem dus gekend, aan het begin van die periode. Volgens de schrijver van “Geschreven portretten van Nederlandse Emigrantenpriesters in Australië. , Theo van der Meel, “Als geboren Brabander miste hij de puriteinse inslag van de noordeling en kon genieten van de typische Breugeliaanse atmosfeer van een feeststemming.”, die hij ondervond bij de gezinnen, die hij bezocht, in Victoria.

Volgens dit boek, was hij ook goede vrienden met Arthur Calwell, federale minister voor emigratie, in Australië. Beide mannen stierven op dezelfde dag en voor beide mannen werd er een plechtige Requiemmis opgedragen, in dezelfde kerk, in Melbourne, op twee achteropeenvolgende dagen.

Ik heb zelf vaak genoeg Arthur Calwell op TV gezien en natuurlijk in veel foto’s in de kranten. Ook van Aartsbisschop Mannix. Mijn Ome Jan heb ik persoonlijk gekend. Geen idee hoe Pater Leo Maas er uit zag.

3 April 2006
By on 07:26
5. Bockenbergstraat 108 en Australische connecties

De eerste keer dat ik terug in Gouda was, december 1969, (Gedurende de grote – of – zomer school vakantie, hier, in Sydney) liep ik graag door de koude straten van Gouda en natuurlijk naar waar ik gewoond had.

Ik stopte bij Bockengergstraat 108 en toevallig stond er binnen, achter het raam een jonge vrouw.
Ik knikte naar haar en maakte een soort half-zwaai gebaar.
Zij greep de baby die dus daar ergen onder het raam had gelegen en rende weg.
Dus van aanbellen en vragen of Vitalis nog lag te sterven, in de sneeuw, op de zolderkamer, was geen kwestie van. Ten eerste was het dus een jonge moeder. Ten tweede liepen er op zo’n erg koude dag, in december 1969, niet veel mensen door de Bockenbergstraat te wandelen.

Het deed me denken hoe ik, als kind van misschien 8 jaar, de voordeur daar op een dag open deed, toen er gebeld werd. Ik schrok me een aap!!! Een zwarte man stapte naar binnen. Zoiets had ik nog nooit gezien. Het was mijn Ome Joop Postma. Jongere broer van mijn moeder, vers uit Australië. Ik had nog nooit iemand gezien die ZO bruin gebrand was.

Voor zo ver ik het begrijp, was hij zeeman geweest. Had in Sydney zijn schip verlaten. (Heet ‘jumped ship’ in het Engels.)
Had nogal wat avonturen beleefd in Sydney waar weinig over gesproken werd en had blijkbaar bij het paardenrennen , op een dag, zo veel geld gewonnen dat hij een reis terug naar Gouda had kunnen bekostigen.
Hij was ook, geloof ik, gedurende een gevecht, ergens in Sydney, van trappen af gevallen en dat had blijkbaar zo veel schade gedaan aan zijn hoofd, dat hij al niet zo lang nadat hij terug kwam naar een tehuis gegaan is. Waar hij de rest van zijn leven gebleven is.

Zijn jongere broer, Ome Jan Postma was OOK rond die tijd (1949/1950) in Australië. Maar in Melbourne, bij Pater Maas.

(Mijn moeder had een oudste broer {Vader van Cor Postma} en twee jongere broers. ook 5 zusjes. En vooral de zusjes werden regelmatig naar de Zondagschool van het Leger Des Heils gestuurd. Mijn moeder vertelde altijd dat Oma dat deed om toch eventjes een paar uur rust te hebben.)

Ik vermoed dat Ome Jan niet zo erg veel van Australië gezien heeft. Hij had onderdak in een paternaat, dicht bij Melbourne, bij *Pater Leo Maas, en daar deed hij klusjes en verdiende ook nog wat geld dat hij regelmatig naar Oma Postma stuurde.

(* Er is een boek: Geschreven Portretten van Nederlandse Emigrantenpriesters in Australie, door Theo van der Meel, redactie en bewerking: Drs J.W.P. Elferink, waarin meer te lezen is over Pater Maas.)

1 April 2006
By on 22:10
4. Ook in onze straat

Naast ons, aan de éne kant woonde er een gezin met een jongen en een meisje en Nico was een beetje een vriend. Maar ook minstens 3 jaar ouder dan ik. Aan de andere kant woonde ook een gezin met een jongen en een meisje en die kende ik veel beter. ook Niek den Uyl, zoon van de bloemist, was 3 jaar ouder dan ik. Maar we trokken veel met elkaar op.
We hadden ook een gat in de muur, tussen de twee huisjes, waardoor we op een keer ook zo’n ‘telefoon’ maakten van twee blikjes en een stuk touw. Ook heb ik wel bij hem geslapen en mocht ik ook wel eens mee, in de vrachwagen van zijn vader naar de bloemenveiling. DAT was dus nogal wat. In een echte auto zitten.

Een paar huizen verderop woonde ook een vriendje. Dat was Wijnand van Eyk. Wijnand werd later een zeeman en kwam nog eens bij ons op visite, toen wij nog in het oude huis, in Matraville woonden.
In 1997 kwam hij naar de studio van Radio Gouwestad waar een paar bekenden uit mijn kinderjaren waren utgenodigd en ik was later bij hem thuis op visite.

Met Niek den Uyl, bij het ‘kikkerbad’.


By on 01:35
3. In onze straat

Het spelletje dat ik me het best herinner was dat spel waarvoor we met wit krijt een cirkel maakten. Dat je verdeelde in landen, zoals een pizza verdeeld wordt. Je koos een land en dat stond dan in jouw gedeelte aangegeven.
Één van je voeten moest in jouw stuk van de ‘pizza’ blijven terwijl een bal omhoog gegooid werd.
Als jouw land geroepen werd moest je de bal vangen terwijl de anderen zo ver mogelijk wegrenden, tot je de bal in je handen had. Dan moest je die bal gooien en er iemand mee raken. Als dat lukte kon je je voet in hun ‘land’ zetten en met dat krijt een afdruk van jouw voet in hun ‘land’ maken en jouw letter er in zetten. Want dan had je dat stukje land veroverd.
Heb ik dat goed uit gelegd?
Meestal werd ik om één of andere reden boos en dan liep ik kwaad weg. Wilde niet meer spelen en ging boven, bij het raam zitten, in de slaapkamer van mijn ouders en boos naar beneden kijken, terwijl de anderen (De meesten iets ouder.) door speelden.
Het meisje aan de overkant had daar ook een handje van. En zat ook vaak uit HAAR raam naar beneden te kijken.

31 March 2006
By on 21:38
2.The street, where I was born-De Bockenbergstraat

Ik ben dus geboren in De Korte Akkeren (uigesproken: kortakkeren) en herinner me dat als een wijk, vol met kinderen en sloten en waar ik naar school ging en in de straat speelde en soms op het ijs kon staan en, op het voetbalveld, naast de Walvisstraat, aan het einde van onze straat, ontdekte, gedurende een sportdag van school (Hier heet zo’n evenement een jaarlijks athletics carnival) dat een beentje in mijn pols al gebroken was, vóór ik onder een tunnel van benen van klasgenoten moest kruipen.

Ik had het duidelijk al gebroken, een paar weken eerder, toen ikvan mijn fiets af gevallen was, terwijl ik te snel vanuit de Koekoekstraat, de hoek omreed, de Kievietstraat in. Er was daar namelijk een klein beetje een helling en dat waren wij, in Gouda, niet gewend. (Had waarschijnlijk te maken met een dijk, of zo.) Heel toevallig was mijn vader daar toen ook. Hij was verzekeringsagent en was bij iemand aan de deur, in de Koekoekstraat, toen ik viel.
Op het voetbalveld van ONA, was mijn moeder een paar weken later aanwezig, om te helpen met die sportdag. Dus ik mag niet klagen (Zou mijn vader nu ****keer zeggen.)

29 March 2006
By on 20:19
1. Hier staat het dus, zwart op wit. Nou ja….

Geboren op 8 oktober, 1943. Dus net op tijd voor de ‘hongerwinter’. ‘Maagvernauwing’ en het werd niet verwacht dat ik het zou halen. Mijn vader werd naar het ziekenhuis geroepen omdat het fout zou gaan. Werd dus al geopereerd en gelijk een lid-teken op mijn buik gegeven. Pas een jaar of twee geleden is dat nog eens voor me opgeknapt er zat ook nog steeds daar een bult. Merkte ik vooral toen ik weer eens aan het ‘lijnen’ was.

Geboortestad: Gouda. Gedurende die honger winter van 1944/1945 reed mijn vader erg veel naar de boeren, rond Gouda om om melk te bedelen voor mij en vaak gingen mijn ouders zelf met honger naar bed.

Mijn moeder had nog twee babies. De eerste dood-geboren. De tweede, Juultje, leefde ongeveer 9 maanden.

Links sta ik met Juultje in die kinderwagen, aan de overkant van de straat, waar wij woonden, in de Bockenbergstraat, Gouda.

Ik sta er vaak versteld van hoe ver anderen mensen herinneringen op kunnen halen, uit hun eerste jaren. Ik moet wel jonger geweest zijn dan op deze foto, toen ik een keer met mijn Oma Postma (Moeder van mijn moeder) op visite geweest was bij mijn Tante Annie (Zuster van mijn moeder), in Den Haag. Wij reden terug naar het station, met de tram, en daar lag er dikke sneeuw op de paar treden voor de ingang.
Ik kon toen niet begrijpen waarom Oma niet eventjes die paar treden kon beklimmen en wij dus helemaal om moesten gaan naar het andere station.

Negen maanden geleden was ik weer eventjes in Den Haag. Ik moest weer van station naar station omdat ik deze keer, in Amsterdam, niet gemerkt had dat de treinen naar Den Haag naar die twee verschillende stations rijden. ( Net zoals hier,in Sydney, sommige treinen wel of niet stoppen bij Padstow Station en of Revesby Station.)

Er was iets fout met mijn rug. Dus was het advies van de dokter dat ik eens per dag met een stok achter mijn rug en omhoog gehouden met mijn ellebogen, zo’n 20 minuten of zo rond moest lopen. Dat deed ik dan op mijn slaapkamer, boven, op de zolder. Mijn moeder zong en ik marcheerde rond in een heel klein kringetje.

Mijn moeder hield erg veel van breien en maakte mooie truien voor me. Die droeg ik naar de kleuterschool, en daar prees de directrice regelmatig die truien. Maar wat ze eigenlijk aan het doen was, was mijn rug voelen, om te zien of het aan het bij-trekken was.

Mijn moeder hield ook erg veel van text, vooral lezen natuurlijk. Maar schreef ook graag. Hier in Australië was zij het die al die honderden luchtpost brieven vol schreef, naar de familie, in Nederland.

‘sMorgens, voor ik naar de kleuterschool moest, las mijn moeder voor, uit Piggelmee en Alleen op de Wereld en gedichten en verhalen uit het boek, Oogst der Tijden.

‘sAvonds, als het donker was en ik in bed lag, op die zolderkamer, dan ‘zag’ ik Vitalis, onder het bed aan de andere kant, liggen, in de sneeuw, zoals hij stierf, in het boek. Toch had mijn moeder heus stukken overgeslagen.
De illustratie, in het boek, bij voorbeeld, van als ze de mijn uit moeten klimmen, haal ik voor me, zonder het boek open te doen.


By on 04:35